|
|
|

[01.05.2007]
Voor nieuwe ziektegevallen geldt sinds 1 januari 2006 de
WIA |
|
Lees verder |
|
 |
[01.05.2007]
Nieuwe Arbo-wet van kracht |
|
Lees verder |
|
 |
[01.05.2007]
Nu toegelaten WWB’ers komen moeilijker aan werk |
|
Lees verder |
|
 |
[01.05.2007]
RWI onderzoekt: uitbesteden, zelf doen of samenwerken |
|
Lees verder |
|
 |
|
 |
|
Nu toegelaten WWB’ers komen moeilijker aan werk |
Dat blijkt uit het evaluatierapport De Wet
werk en bijstand; de feiten op een rij, dat
staatssecretaris Aboutaleb naar de Tweede Kamer heeft
gestuurd. Dit deelrapport bestrijkt de periode 2005-2006
en vergelijkt de resultaten met de eerste kwantitatieve
analyse van april 2006. Later dit jaar verschijnt de
eindevaluatie van de WWB. Vervolgonderzoek richt zich
nog op het al dan niet doorzetten van de positieve
ontwikkeling en naar de ervaringen van cliënten.
Het aantal mensen in de bijstand daalde van 336.000 eind
2003 tot 302.000 eind vorig jaar - het laagste aantal in
25 jaar. Maar nu blijft het 'granieten bestand' over,
dat moeilijk aan de slag komt. Sinds 2004 selecteren
gemeenten strenger aan de poort en helpen ze eerst de
meest kansrijken, vooral jongeren, uit de bijstand. Zo
daalde de instroom in de bijstand van 110.000 in 2004
naar 99.000 in 2005. De uitstroom daalde tegelijkertijd
met 2% tot bijna 105.000. De mensen die toen een
bijstandsuitkering kregen, blijven gemiddeld langer
afhankelijk van de uitkering dan voorheen.
De uitstroom van mensen die in 2005 tussen de twee en
vijf jaar in de bijstand zaten, steeg wel flink (van 11
tot 26%). Voorheen verlieten vooral mensen de bijstand
die nog maar kort een uitkering hadden. Gemeenten
blijken meer te investeren in activering van doorgaans
als minder kansrijk te boek staande groepen, en zich
niet alleen te richten op het 'laaghangend fruit'.
Voor mensen die langer dan vijf jaar een uitkering
hebben gehad is de kans om uit de bijstand te komen
gelijk gebleven.
Personen die korter dan een jaar een uitkering hebben,
maken minder kans om snel uit die uitkeringssituatie te
komen dan voorheen. Vermoed wordt dat zij lastiger te
bemiddelen zijn. De strengere controle bij de aanvraag
van een uitkering en het toegenomen aantal vacatures
zorgen er immers voor dat de meer kansrijken nauwelijks
nog in de bijstand komen.
Er is een toegenomen aandacht voor activering onder de
WWB, zo blijkt uit het aantal lopende trajecten. Terwijl
het aantal bijstandsgerechtigden daalt, neemt het aantal
bijstandsgerechtigden dat een traject volgt juist toe
gedurende 2005. In dat jaar steeg het aantal
bijstandsgerechtigden dat via reïntegratietrajecten hulp
krijgt om aan het werk te komen, van 126.000 naar
146.000. Niet-westerse allochtonen en mensen die langere
tijd een uitkering hebben gehad maken relatief veel
gebruik van de trajecten: eind 2005 is 46% van de
personen in een traject van allochtone afkomst, terwijl
deze groep 38% uitmaakt van het bijstandsbestand.
De kans om met deze hulp een baan te bemachtigen is
toegenomen van 10% in 2004 naar 18% in 2006.
Het probleem van draaideurklanten nam iets af. Gemeenten
werd verweten dat ze mensen vooral via tijdelijke
baantjes uit de uitkering probeerden te houden in plaats
van de kans op duurzaam werk te vergroten. De
draaideurratio, waarbij wordt gekeken of mensen binnen
twaalf maanden opnieuw een beroep doen op de bijstand,
daalde van 24% in de jaren 2003 en 2004 naar 18% in
2005.
Van de aanvankelijke aanvragers van een uitkering ziet
7% af van een uitkering zodra een tegenprestatie in de
vorm van Work First wordt verwacht. Slechts 10% van de
gemeenten weet wat degenen die afzien van een uitkering
zijn gaan doen. Volgens een eerder onderzoek van Divosa
onder gemeentelijke professionals is de meest genoemde
reden van afhaken bij het aanvragen van een
WWB-uitkering de houding van de aanvrager. De
professionals zien afhakers in het algemeen niet als een
probleemgroep. Vermoed wordt dat de afhakers zelf in hun
onderhoud voorzien en dat zij terugkomen wanneer hen dit
niet lukt.
Ondanks de inspanningen van gemeenten op het gebied van
trajecten wordt in 2004, 2005 en 2006 het Werkdeel niet
volledig besteed. Volgens gemeenten komt dit door de
snellere afname van dure vormen van reïntegratie - zoals
gesubsidieerde arbeid - en tegenvallende voortgang in
het implementeren van nieuwe reïntegratieactiviteiten. |
|
|
|
|
|